DOSSIER

De verzekerde overheid

Hoe verzekert een overheid zich het beste? Het antwoord is niet eenvoudig. Vooral de grote entiteiten spelen zelf voor verzekeraar, de kleine trekken de markt op. • MICHAËL VANDAMME

Tram

DE LIJN
De Vlaamse openbaarvervoermaatschappij is verzekerd via een poolingsysteem. © BELGA IMAGE


“Een economische en een juridische component liggen aan de basis van elke verzekeringsbeslissing”, zegt Geert Vandewijngaert, legal advisor Department Public Authorities bij Ethias. “Waarom wil je een risico al dan niet verzekeren? Omdat je een risico-analyse hebt gemaakt. Ben ik, als dit risico werkelijkheid wordt, in staat de veroorzaakte schade op te vangen? Het antwoord op die vraag bepaalt of je een verzekering wil aangaan.”
“Het is bij de overheid niet anders. Maar daar zie je wel dat hoe groter de publieke entiteit is, hoe sterker de drang om als eigen verzekeraar op te treden. En dus niet met een externe partner in zee te gaan op wie je dat risico kan afwentelen. De federale overheid en de lokale overheden zijn de twee uitersten. Bij die eerste is zichzelf verzekeren de norm, bij de plaatselijke entiteiten niet.”
“Er zijn ook verschillen tussen de overheid en de privésector als het over verzekeren gaat, bijvoorbeeld in de wettelijke verplichtingen. Ik geef een voorbeeld: de verplichting voor elke werkgever om een arbeidsongevallenverzekering te onderschrijven. Die geldt niet voor de publieke sector. Het slachtoffer van een arbeidsongeval wordt daar in principe door zijn werkgever schadeloos gesteld. Maar terwijl de federale overheid zelf de middelen voor deze schadeloosstellingen zal neertellen, is nagenoeg elke lokale overheid hiervoor verzekerd.”

Leraren

LERAREN
Een arbeidsongevallenverzekering is niet verplicht in de openbare sector. © ISTOCK


Federaal niveau

“De financiële buffer die je hebt is een factor in de beslissing om al dan niet met een externe verzekeraar scheep te gaan”, zegt Geert Vandewijngaert. “Hoe groter die is, hoe minder appetijt om die stap te zetten. Het levert een gemengd beeld op waarin de federale overheid vooral zichzelf verzekert terwijl lokale overheden in regel met externe partners werken. Het Vlaamse niveau levert dan weer een veel gemengder beeld op.” “Maar ook op het federale niveau zijn er uitzonderingen”, zegt Pieter Panneel, director bij Vanbreda Risks & Benefits. “Arbeidsongevallen of het wagenpark bijvoorbeeld worden wel eens extern verzekerd. En de Regie der Gebouwen heeft initiatieven genomen om het patrimonium via een externe speler te verzekeren.”

GEERT VANDENWIJNGAERT

GEERT VANDENWIJNGAERT
“Hoe groter de financiële buffer, hoe minder appetijt om naar een externe verzekeraar te zoeken.”

Vlaamse pooling

Kijken we naar het Vlaams niveau, dan springt regelmatig het woord ‘pooling’ in het oog. “Sinds 1998 bieden we de mogelijkheid om al dan niet gedeeltelijk de verzekeringsportefeuille op de markt te plaatsen”, legt Koen Algoed, secretarisgeneraal van het Departement Financiën en Begroting, uit. “In de praktijk wordt voor deze verzekeringsportefeuille een makelaar aangewezen en worden de verzekeringen op de markt geplaatst onder de vorm van een opdrachtencentrale. Op dit moment zijn een vijftigtal instanties lid van deze pool, waaronder De Lijn, de VRT, Kind & Gezin en de VDAB. Meestal worden de verzekeringen om de vier jaar in samenwerking met de makelaar aanbesteed door het Departement Financiën en Begroting. In de pooling is opgenomen: een algemene burgerlijke aansprakelijkheidsverzekering; een objectieve aansprakelijkheidsverzekering na brand en ontploffing; een algemene patrimoniumverzekering alle risico’s brand; een verzekering alle risico’s elektronica; een verzekering alle risico’s kunstvoorwerpen; en arbeidsongevallen.”
“Al is er een onderscheid tussen het federale en Vlaamse niveau, toch zou het verkeerd zijn de tegenstellingen te scherp voor te stellen”, nuanceert Pieter Panneel. “Op heel wat vlakken blijft de Vlaamse overheid haar eigen verzekeraar. Neem nu onderwijs, toch de grootste post op de Vlaamse begroting. Personeelsleden worden via een budget gesubsidieerd, ter beschikking gesteld aan de respectieve inrichtende macht, maar er wordt geen verzekering aangegaan voor arbeidsongevallen. Voor de verzelfstandigde agentschappen zijn dan weer wel dekkingen ingekocht, precies zoals de lokale overheden dat doen.”
“Het aangaan van deze verzekeringen zorgt voor financiële stabiliteit voor de aangesloten entiteiten in de pooling”, zegt Koen Algoed. “Ze betalen een jaarlijkse premie, wat haaks staats op de kosten van een occasionele schadelast. Tel je al die premies samen, dan komt je aan ongeveer 12,7 miljoen euro, verdeeld volgens de risico’s en de verzekerde waarden van de leden van de pooling.”
“Er zit ook een belangrijk begrotingstechnisch aspect aan de keuze voor een externe verzekeraar”, vult Pieter Panneel aan. Premies moeten betaald worden uit de begroting. Heb je daar niets voor aangelegd, dan zorgt een nieuwe verzekering en de premie die eraan vasthangt voor een onvoorziene uitgave in dat budget. Anderzijds staat er in een begroting een budget voor de uitbetaling van schadegevallen. Dat budget kun je niet zomaar naar de post ‘verzekeringen’ doorsluizen. Dat bemoeilijkt de stap richting een samenwerking met een externe verzekeraar.”

SCHAALVOORDELEN VERSUS SEGMENTERING

Lokale overheden proberen steeds meer schaalvoordelen te boeken. “Het spreekt voor zich dat het streven naar grotere entiteiten kansen biedt op verzekeringsvlak”, legt Geert Vandewijngaert, legal advisor Department Public Authorities bij Ethias, uit. “Vanaf 2019 worden gemeenten en OCMW’s geïntegreerd, waardoor hun verzekeringsvragen per definitie samen bekeken worden. Maar schaalvoordelen kun je ook op andere manier creëren: tussen gemeenten of tussen politiezones. Of door het betrekken van de gemeentebedrijven en andere afgeleide besturen. Maar het zou verkeerd zijn de dingen louter kwantitatief te benaderen. Volume kan de efficiëntie vergroten, zal dat in vele gevallen ook doen, maar tegelijk moet ook naar de segmentering gekeken worden. Wat bedoel ik hiermee? Je kunt risico’s globaal op de markt brengen, of per perceel. Je kunt ernaar streven voor elke tak de beste prijs te halen. Of in de mate van het mogelijke zo veel zaken als mogelijk bij één verzekeraar onder te brengen. Dit laatste biedt wellicht meer voordelen op beheersvlak. Er is ook één aanspreekpunt, wat de administratielast soms aanzienlijk kan drukken. En als ik één tip mag gegeven: onderschat niet het belang van het lastenboek. Hoe krijgt de relatie met de verzekeraar of makelaar gestalte? Dat moet erin worden opgenomen. Wat met het digitale, ontzettend belangrijk tegenwoordig? Ook inhoudelijk is heel wat mogelijk. Voor sommige domeinen kan de keuze voor een hogere vrijstelling gemaakt worden. Terwijl men op andere vlakken, bijvoorbeeld catastrofe-risico, voor een maximale dekking gaat. Ergens begrijpelijk ook, de financiële gevolgen van een natuurramp zijn gevoelig groter dan als, om een ander voorbeeld te nemen, een voertuig van de gemeente in een aanrijding betrokken geraakt.”

Stroeve overheidsopdrachten

De lokale overheden werken voor hun verzekeringen veelal wel met externe partners. “De openbare dienst die daarvoor kiest, stuit op twee nieuwe elementen”, zegt Steven Van Garsse, professor bestuursrecht aan de UHasselt. “Verzekeringen zijn diensten, waardoor de wet op de overheidsopdrachten zal spelen. Dat is een vrij complex gegeven. Een direct gevolg is dat je de facto vaak met lange samenwerkingsverbanden zit. In principe is de looptijd van zo’n overheidsopdracht vier jaar. Toch leert onderzoek dat slechts een minderheid van om en bij de 30 procent van de Vlaamse gemeenten zich daar daadwerkelijk aan houdt. De verklaring ligt tot zekere hoogte voor de hand. Het vergt veel tijd en energie om zulke lastenboeken op te stellen. Maar er speelt nog iets anders. Vaak heb je er als overheid geen belang bij op een open manier je verzekeringsdekking in concurrentie te stellen. Mogelijk heb je nog schadegevallen lopen bij een bepaalde verzekeraar, waardoor het misschien niet opportuun is deze in te ruilen.”


“VERZEKERINGEN ZIJN DIENSTEN, WAARDOOR DE WET OP DE OVERHEIDSOPDRACHTEN ZAL SPELEN”

Steven Van Garsse, UHasselt

Makelaar of verzekeraar?

Het tweede element vloeit voort uit het eerste. “Je kunt een verzekering uitbesteden, alleen is de vraag: aan wie?”, verduidelijkt Van Garsse. “Rechtstreeks aan een verzekeraar, of aan een makelaar die een belangrijk deel van het werk op zich neemt? In beide gevallen moet de wet op de overheidsopdrachten onverminderd gevolgd worden. Alleen is de taak waarmee men de externe partner belast verschillend.”
“De eerste reden om met een makelaar samen te werken is diens expertise”, zegt Pieter Panneel. “Aan ons om daar dan ook het verschil te maken. Je merkt dat de kennis en kunde op het terrein ontbreken. Het is een puzzel van vele stukken die gelegd moet worden, alvorens de juiste beslissing kan genomen worden over met wie als verzekeraar samengewerkt wordt. We moeten kijken naar de aard van de schadegevallen, de frequentie, anomalieën allerhande, enzovoort.”
“En om een misverstand uit de wereld te helpen: makelaars worden door de verzekerde betaald”, aldus Piet Froyen, manager Public Markets bij AON. Gespecialiseerde makelaar zien alvast heel wat potentieel bij de lokale overheden. “De cijfers liegen er niet om, we slagen er doorgaans in mooie besparingen te realiseren”, vervolgt hij. “Wat me trouwens opvalt is dat gemeenten in West-Vlaanderen en Limburg het minst ver staan in het opzetten van samenwerkingen met spelers als wij. Aan ons om onze meerwaarde aan te tonen (lacht).”


“DE EERSTE REDEN OM MET EEN MAKELAAR SAMEN TE WERKEN IS DIENS EXPERTISE. AAN ONS OM DAAR DAN OOK HET VERSCHIL TE MAKEN”

Pieter Panneel,
Vanbreda Risks & Benefits