DOSSIER

STRIJD TEGEN KLIMAATVERANDERING IS OOK EEN LOKALE ZAAK

Gemeenten nemen het voortouw

Klimaat is een onderwerp dat op de hoogste niveaus behandeld wordt. Maar in de concrete strijd tegen de klimaatverandering spelen lokale overheden een cruciale rol. MICHAËL VANDAMME

Wordt het onderwerp klimaat aangesneden, dan denkt men vrijwel onmiddellijk internationaal. Idealiter is een aanpak ook globaal, op zijn minst continentaal. De uitwerking van een beleid dient echter op elk bestuursniveau te gebeuren.

"Een eerste vaststelling is dat er geen twijfel bestaat over de ernst van de situatie", zegt Jos Delbeke, sinds de oprichting in 2010 staat hij aan het hoofd van het Directoraat-Generaal voor Klimaatactie van de Europese Commissie. "Niet alleen is de opwarming van de aarde een feit, ze treft ook de hele planeet. En wat misschien wel het belangrijkste is: de menselijke invloed staat buiten kijf. Het is ook precies daar dat de oplossing gezocht moet worden."

Kyoto, Rio of Parijs; ook leken brengen deze internationale topontmoetingen spontaan in verband met de klimaatverandering. "Overeenstemming krijgen over het engagement is allesbehalve makkelijk geweest", vervolgt Delbeke. "Zo werd de top van Kyoto in 1997 gekenmerkt door een verdeeldheid tussen ontwikkelde en ontwikkelingslanden. De recentste krijtlijnen werden in 2015 in Parijs uitgetekend. Er was de erkenning dat de wereld veranderd is. Bovendien werd voor een mix tussen een top-down- en bottom-upbenadering gekozen."

Zuinige Verlichting

ZUINIGE VERLICHTING Een van de manieren waarmee steden concrete acties kunnen ondernemen. © BELGA

Nulmetingen

De Europese Unie deed stappen om de betrokkenheid van de lokale besturen te verzekeren. "Hoeksteen is het zogenoemde burgemeestersconvenant dat het vrijwillige engagement van steden en gemeenten aanspreekt", stelt Jos Delbeke. "Ondertekenaars gaan de belofte aan ernaar te streven de CO2-uitstoot binnen hun administratieve omschrijving tegen 2020 met ten minste 20 procent te verminderen. Op langere termijn, tegen 2030, is een vermindering van 40 procent het doel. Het is meer dan een intentieverklaring. De politieke verbintenis wordt gekoppeld aan praktische maatregelen en projecten, waarover duidelijk gecommuniceerd moet worden. Tientallen Belgische gemeenten hebben al de handschoen opgenomen."

"Die betrokkenheid van lokale autoriteiten maakt het verhaal zoveel sterker", beklemtoont Cedric Depuydt, stafmedewerker van de Vereniging van Steden en Gemeenten (VVSG). "De ambitie is groot. Want niet alleen is het de betrachting de uitstoot van koolstof drastisch naar omlaag te halen. De transitie naar een maatschappij waar geen fossiele grondstoffen meer nodig zijn, moet ook gebeuren met behoud van de welvaart en de sociale inclusie. Dat maakt de initiatieven zo boeiend."

Maar alvorens na te gaan welke concrete stappen precies te doen, moet de huidige uitstoot in kaart worden gebracht? "Klopt", antwoordt Depuydt. "Dat is de zogenoemde nulmeting. Bedoeling is precies in kaart te brengen waar een bepaalde gemeente precies staat in koolstofuitstoot. Meten is weten, zeg maar. Maar dat meten kan enkel objectieve resultaten opleveren als de verantwoordelijkheid bij een neutrale partij ligt. Dat doet de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO). Ruw geschetst kijken ze naar de koolstof die vrijkomt in een gemeente. Ook het vervoer wordt in rekening gebracht, met uitzonderingen van de snelwegen. Dit wel doen, zou niet correct zijn voor gemeenten die toevallig een stuk snelweg op hun grondgebied hebben lopen. De belangrijkste koolstofuitstoot kan meestal op het conto van de gezinnen en mobiliteit geschreven worden. Zeker op dat laatste vlak kunnen lokale besturen heel wat acties ondernemen. De precieze uitstoot van huishoudens kan vrij makkelijk gemeten worden. Voor wat verkeergerelateerd is, wordt noodgedwongen gewerkt op basis van verkeerstellingen en inschattingen. De nulmeting gebeurt in alle transparantie, de resultaten zijn vrij toegankelijk en worden op een website geplaatst. En wat meer is: de oefening wordt elk jaar overgedaan, waardoor we ook een goed zicht krijgen op de vorderingen."

"HOEKSTEEN IS HET ZOGENOEMDE BURGEMEESTERS - CONVENANT DAT HET VRIJWILLIGE ENGAGEMENT VAN STEDEN EN GEMEENTEN AANSPREEKT"

Luchtkwaliteit VITO

ZUINIGE VERLICHTING Een van de manieren waarmee steden concrete acties kunnen ondernemen. © BELGA

CREATIEF MET ENERGIE

De gemeenten zijn behoorlijk creatief met hun maatregelen tegen de klimaatverandering. Een greep uit de initiatieven.

Renoveren zonder te betalen

In Kruibeke is de schepen bevoegd voor Energie heel bewust niet die met de bevoegdheid Milieu, maar hij heeft er wel Financiën bij. Want met de renovatie van gemeentelijke gebouwen kunnen grote besparingen gerealiseerd worden. En de gemeente draait niet eens op voor de renovatiekosten. "Er worden Energy Savings Contracts met externe bedrijven afgesloten", licht Cedric Depuydt de aanpak toe. "Die zorgen ervoor dat de gebouwen energiezuiniger worden gemaakt, wat de gemeente een besparing oplevert. En die besparing gebruikt de gemeente om de kostprijs van de renovatie terug te betalen. Dat duur vijf à tien jaar. Hoe scherper de resultaten die de externe partij kan neerzetten, des te sneller ze betaald wordt. Opmerkelijk is dat de belangstelling om in zo'n vorm van samenwerking te stappen erg groot is. Enerzijds duurt het langer om betaald te worden dan bij standaardcontracten; anderzijds werkt men met een betrouwbare en solvabele partner, wat dan ook weer een grotere zekerheid biedt."

Openbare verlichting adopteren

De stad Halle becijferde dat het vervangen van verouderde lampen op een aantal belangrijke verkeerswegen door led-lampen een jaarlijkse besparing van 69.000euro zou opleveren. Een mooi bedrag, ware het niet dat de operatie 225.000euro zou kosten. Aangezien de stad de middelen niet had, besloot ze het project op een alternatieve manier te financieren. In 2014 werd PajoPower opgericht, een zogenaamde REScoop, wat staat voor 'renewable energy sources cooperative'. Zelf omschrijft de stad het als "een groep van burgers die in coöperatief verband samenwerken op het gebied van hernieuwbare energie." Concreet stelt PajoPower het noodzakelijke geld ter beschikking, en de stad engageert zich om dit binnen de zeven jaar terug te betalen. Burgers kunnen een straatlamp 'adopteren', door aandelen van PajoPower te kopen. 250euro per stuk kosten die, terwijl het 500euro kost om één verlichtingspaal van nieuwe lampen te voorzien. Wie aandeelhouder wordt, kan jaarlijks op een bescheiden dividend rekenen.

Fietsen voor kermisbonnetjes

De gemeente Bonheiden zette een campagne op om de mensen meer op de fiets te krijgen. Hierbij is een bijzondere rol voor de jongeren weggelegd. Niet minder dan 800 schoolgaande kinderen lieten een chip bevestigen aan hun voorwiel of fietshelm. Een draadloos systeem registreert de afstand die ze afleggen op weg naar school. In ruil krijgen ze van de gemeente bonnetjes voor de plaatselijke kermis. Berekeningen leerden dat tegen het einde van dit schooljaar de leerlingen drie keer de aarde rondgefietst hadden, goed om 29 ton CO2-uitstoot uit te sparen.

En waarom geen licht kopen?

Ook Kortrijk ziet potentieel in het vervangen van de straatverlichting van de bibliotheek. Alleen koopt de stad geen lampen, maar... licht. Een leverancier plaatst zuinigere lampen, en de stad betaalt het bedrijf voor het verschafte licht. In het contract staat hoeveel lux per dag precies geleverd zal worden. Terwijl vroeger een leverancier baat had bij defecte lampen, is dit niet langer het geval. Vervangen brengt geen extra euro op. Ook verbruik was iets dat hem in het verleden nauwelijks interesseerde. In deze overeenkomst, waarmee hij zich engageert een afgesproken kwantiteit licht te verschaffen, ligt dat anders.

Doe-opdrachten voor jong en oud

In 2016 kreeg de Antwerpse gemeente Edegem de Vlaamse Klimaatprijs voor een zelf ontwikkelde actie. Het gaat om een spaarkaart met doeopdrachten waar het klimaat beter van wordt. Er wordt rond vier thema's gewerkt: mobiliteit, hergebruik en deeleconomie, energie en dicht bij huis. Regelmatig verandert het thema, wat de bevolking in staat moet stellen zich creatief voor te bereiden. "Op die manier wordt de bevolking uitgedaagd iets te doen voor het milieu", legt Cedric Depuydt uit. "Dat kan gaan over workshops of het stimuleren van fietsgebruik. Op zich zijn dit kleine ingrepen, maar dankzij de dynamiek die onder andere via de sociale media gecreëerd wordt, is er een brede betrokkenheid. Over de generaties heen, wat erg belangrijk is. Er speelt ook een competitief elementje, wat het resultaat enkel ten goede kan komen. Wist u dat dankzij gedragsveranderingen tussen 10 en 20 procent CO2-uitstoot bespaard kan worden? Zal dit op termijn volstaan? Beslist niet, maar het is een belangrijke stap in de goede richting."

Warmte en wind delen

In Eeklo staat een verbrandingsoven, en waar vroeger de warmte gewoon via de schouw de lucht inging, wordt nu het dossier voorbereid waarmee deze warmte naar plekken gaat waar mensen warmte nodig hebben, in huizen, kantoren, bedrijven en/of ziekenhuizen. Dankzij deze warmterecuperatie kunnen tientallen huizen verwarmd worden. Daarnaast zette de gemeente een project van windturbines op. Kenschetsend is dat de lokale gemeenteraden voorschrijven dat een bepaald percentage van deze turbines moet opgericht en onderhouden worden via rechtstreekse participatie van burgers. Deze aanpak staat haaks op een systeem waarmee een partij de middelen toegewezen krijgt, maar ook met de winst aan de haal kan gaan. Hier nemen de burgers het initiatief en de risico's, maar delen ze ook in de winst.