DOSSIER

De Belgische gevangenissen

Gevangen in een vicieuze cirkel

Het is geen overdrijving het gevangeniswezen als hét zorgenkind van de overheid te bestempelen. Dat er tussen de punten waar het fout loopt heel wat samenhang bestaat, maakt het probleem alleen maar complexer. • MICHAËL VANDAMME

foto2

BELGISCHE GEVANGENIS
Een vicieuze cirkel van frustraties bij personeel en gedetineerden © BI

Ons land is al meer dan honderd keer veroordeeld omdat gedetineerden tijdens cipiersstakingen in mensonwaardige omstandigheden moeten leven. Tot vandaag lopen er zaken voor het Europees Hof van de Rechten van de Mens. Meer nog: het Europese anti-Foltercomité tikte België hiervoor al verschillende keren op de vingers, onder meer na zelfdodingen van gedetineerden tijdens stakingsperiodes.
Het grote probleem is de manier waarop de pijnpunten samenhangen. Want slechte detentievoorwaarden, dat betekent ook slechte werkomstandigheden voor de cipiers, wat op zijn beurt gevolgen heeft om de vacatures ingevuld te krijgen. Te weinig mensen in combinatie met die benarde omstandigheden, zorgt dan weer voor een bitsige, soms zelfs vijandige sfeer. Gevolg: kandidaten haken af en gedetineerden krijgen niet de begeleiding die noodzakelijk is om hen weer in de samenleving te doen functioneren, men nog meer funeste gevolgen. Hoe de vicieuze cirkel doorbreken?

Detentievoorwaarden zijn de sleutel

“Als we het over de detentievoorwaarden hebben, raken we direct de kern van het probleem: een gebrek aan investeringsmiddelen”, zegt Rudy Van De Voorde, directeur-generaal van het Gevangeniswezen. Een blik op de begroting spreekt boekdelen. Op een globaal budget van 599miljoen euro gaat 440 miljoen euro, meer dan 75 procent, naar personeelskosten. “Doorheen de jaren is gevoelig meer bespaard op investeringsmiddelen dan op de post personeel”, vervolgt Van De Voorde. “Ergens past dat in de logica van het sociaal overleg waarbij het personeelsbestand zoveel mogelijk op peil wordt gehouden. Alleen moet je dan elders op zoek naar middelen. Hiervan betalen we de prijs. Als de lopende kosten het gros van de middelen opslorpen, is er geen ruimte voor investeringen meer.”
“Twintig jaar gelden waren de gebouwen natuurlijk ook al oud, maar de rest van de infrastructuur was nog behoorlijk”, stelt Rudy Van De Voorde. “Sindsdien ging het enkel bergaf, wat voor een wederzijdse irritatie zorgt. Een cel doorzoeken die een heuse stal is, doet de weerstand tegen de klus natuurlijk stijgen. En als amper 10 procent van de douches werkt, dan wekt dat agressie bij de gedetineerden in de hand. Vergeet niet dat de cipiers de frontoffice van ons personeelsbestand vormen. Ze zijn een buffer voor alles wat er op het terrein misloopt.” Gino Hoppe, ACOD-afgevaardigde voor de gevangenissen, beaamt de belabberde realiteit in de instellingen. “Eigenlijk is dit een uiting van een veel breder maatschappelijk probleem”, onderstreept hij. “Mensen liggen niet wakker van gedetineerden. Die moeten gewoon gestraft worden, oordeelt men. Hoe en in welke omstandigheden, dat doet er niet toe. Die onverschilligheid komt als een boemerang terug. Het is geen toeval dat ons land zowat het grootste recidivecijfer van heel Europa heeft. In grote mate is dat op de levensomstandigheden van de gedetineerden te schrijven. Een cel van acht op vier meter, waar je met twee en vaak drie in zit, is funest. En als je dan weet dat ze er soms maar één uur per dag uit mogen... Gedetineerden hebben recht op werk om iets bij te verdienen, maar ook dat krijgt men nauwelijks georganiseerd. Stuk voor stuk zijn dat elementen die tot de frustratie bijdragen, met gevolgen op korte en langere termijn.”

VLAAMS KNELPUNTBEROEP

“Terwijl het aan Franstalige kant nog enigszins meevalt, is cipier in Vlaanderen stilaan maar zeker een knelpuntberoep geworden”, legt Rudy Van De Voorde uit. “In belangrijke mate kan je dit verklaren door de conjunctuur en de verhouding tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. Hét grote pijnpunt in Vlaanderen is de uitval. Mensen mikken op verschillende paarden. Ze volgens soms ook de opleiding, maar maken uiteindelijk een keuze waarvoor wij de prijs betalen. Ons imagoprobleem speelt ons parten. Mensen aantrekken in een negatieve cultuur is nooit een sinecure.”
En dus gaat men op zoek naar alternatieven. “Het personeelstekort leidt ertoe dat de lat steeds lager wordt gelegd”, benadrukt Gino Hoppe. “Een afspraak van enkele jaren geleden hield in dat voor de opleiding zes maanden uitgetrokken zou worden. Inmiddels werd dit van overheidswege tot drie maanden herleid. Een direct gevolg is dat je mensen minder goed voorbereid voor de leeuwen gooit. Maar erger is dat er nauwelijks aanwervingen zijn. Sinds januari is er zelfs geen examen meer georganiseerd. En dan hoor je dat er mensen met een Rosetta-statuut aangeworven zullen worden. Zonder examen en enkel op basis van een mondelinge proef. Op die manier bestendig je de vicieuze cirkel waarin ons beroep terecht is gekomen.”

Radicalisering

De problematiek van de radicalisering is tekenend voor de wisselwerking van wat binnen en buiten de gevangenismuren gebeurt. Dat het lemma ‘radicalisering’ een volwaardige plaats krijgt in het Jaarverslag van het Gevangeniswezen is een teken aan de wand. De “structuren” werden “uitgewerkt”, en meer in het bijzonder: “de cel Extremisme van het DG EPI werd versterkt op vlak van personeel en zij consolideerde haar rol als centrum voor informatievergaring en -verspreiding en als expertise - centrum.”
Er is echter de brug met het terrein, waarbij cipiers de voelsprieten zijn van de overheidsinstanties die zich over dit probleem buigen. “Het is natuurlijk een term die op verschillende manieren ingevuld kan worden”, waarschuwt Rudy Van De Voorde. “Momenteel bedoelt men vrijwel uitsluitend een religieuze radicalisering. En wellicht valt daar wel wat voor te zeggen, maar binnen de gevangenismuren hebben we altijd al vormen van radicalisering gezien. Mensen die bewust voor een criminele carrière kiezen, tja, op hun manier kan je die ook als radicaal bestempelen. De invloeden die ze ondergaan leiden ook wel vaker tot een vorm van radicalisering. Feit is dat het emotionele gewicht van zulke mensen op de gevangeniscultuur van een andere orde was en is dan van zij die religieus radicaal of geradicaliseerd zijn.”
“Ergens importeren we de angst uit de samenleving”, vervolgt Hoppe. “Statistisch is het aantal incidenten met religieus geradicaliseerden erg beperkt, maar hun aanwezigheid weegt op de manier waarop cipiers hun werk doen. Het is iets te makkelijk te verwachten dat onze mensen feilloos elke vorm van radicalisering zouden kunnen detecteren. Het mag ook geen hysterie worden. Enkele jaren geleden was een moslimgevangene die plots zijn baard laat staan de meest banale zaak, vandaag vreest men direct het ergste.”

foto3

CIPIERSTAKING
“Cipiers zijn de buffer voor alles wat er op het terrein misloopt.” © BI

EEN NIEUW STATUUT VOOR DE CIPIER

De grieventrommel van de cipiers is stevig gevuld. Op de vraag of het allemaal zoveel beter kan, is er één antwoord dat steeds terugkeert: Nederland. “We hebben verschillende gevangenissen bezocht in zowel Duitsland als Nederland”, zegt Gino Hoppe. “Er is natuurlijk een verschil in middelen en capaciteit. Kan u zich voorstellen dat er in Nederland een teveel aan gevangenisplaatsen is? Sommige instellingen sloten zelfs de deuren. Maar als we dieper graven, merken we dat het detentiebeleid er anders is, en daarin bekleedt de cipier een heel andere rol. Zij staan op het terrein, er is een grotere wisselwerking met de gedetineerden, waardoor ze ook echt het verschil kunnen maken. De ruimte die ze hiervoor krijgen, staat haaks op onze onderbezetting waardoor iedereen op zijn tandvlees zit en de functie gedegradeerd wordt tot iemand die gewoon een poort opent of sluit.”
Ook voor Rudy Van De Voorde is een ander soort cipier de hoeksteen van een modern gevangenisbeleid. “Eigenlijk is de functieomschrijving de voorbije 25 jaar nauwelijks veranderd”, zegt hij. “Ook op dat vlak is Nederland een interessant voorbeeld. Daar wordt een onderscheid gemaakt tussen de begeleiding en beveiligingstaken, terwijl dit bij ons één grote groep is waarbij zo’n 80 procent van de inspanning naar het aspect beveiliging gaat. Er schort iets aan die verhouding.”

Masterplan

En zeggen dat het anders had gekund, en kan. “Mochten alle gevangenissen die enkele jaren geleden gepland waren ook gebouwd zijn, we hadden vandaag een heel andere situatie”, aldus Rudy Van De Voorde. “Het gaat terug naar de tijd toen Stefaan De Clerck voor het eerst minister van Justitie was. Er was sprake van een eerste masterplan. Toen kwam een tweede, vervolgens een derde, waarvan de uitvoering wel wat vlotter loopt. Punt is dat we een enorme achterstand opgelopen hebben, want van al die gevangenissen die gebouwd gingen worden is er nog niet één een feit.”
“We moeten de zaken ook wat breder durven te bekijken”, meent Gino Hoppe. “Gevangenissen staan in functie van een rechtssysteem. Kijk naar de aanslag in de moskeeën in Nieuw-Zeeland. De dader zal al in april berecht worden. Hier spreekt men over de rechtszaak van de schietpartij in het Joods Museum, ruim vier jaar geleden. In België zitten ontzettend veel mensen opgesloten in voorarrest, in afwachting van het moment dat hun rechtszaak voorkomt dus. Ook dat is een deel van het probleem.” •

“STATISTISCH IS HET AANTAL INCIDENTEN MET RELIGIEUS GERADICALISEERDEN ERG BEPERKT, MAAR HUN AANWEZIGHEID WEEGT OP DE MANIER WAAROP CIPIERS HUN WERK DOEN”

HET GEVANGENISWEZEN IN CIJFERS

  • 35 penitentiare instellingen, waarvan 17 in Vlaanderen, 16 in Wallonië en 2 in Brussel.
  • De gemiddelde bevolking is 10.471, een overcapaciteit van ruim 10% (9.231 plaatsen).
  • In deze 35 instellingen is er een duidelijk mannelijk overgewicht: 10.031, zo’n 95 procent.
  • Van deze groep zijn 3.766 beklaagden en 5.837 veroordeelden. 695 zijn geïnterneerden, een restcategorie is goed voor 173 mensen. Beklaagden zijn verdachten die zijn opgesloten in afwachting van een definitieve rechterlijke beslissing. Veroordeelden zijn gedetineerden die na een strafbaar feit door de rechtbank een straf of maatregel zijn opgelegd. Geïnterneerden zijn mensen die zijn opgesloten op basis van een internering die is aanbevolen door een strafrechtbank of door een Kamer tot Bescherming van de Maatschappij wegens hun geestestoestand. Andere gedetineerden zijn onder andere vreemdelingen ter beschikking van de Dienst Vreemdelingenzaken, personen onder voorlopige aanhouding, in het kader van de probatie of de voorwaardelijke invrijheidstelling, personen ter beschikking van de strafuitvoeringsrechtbank en landlopers.
  • In 2017 waren de gevangenissen met de meeste overbevolking (in dalende lijn) Dinant, Ieper, Sint- Gillis, Antwerpen, Namen, Mechelen en Dendermonde. Voor die inrichtingen bedroeg de gemiddelde overbevolkingsgraad meer dan 35 procent. Vijftien inrichtingen hadden een gemiddelde bevolking die lager lag dan de theoretische capaciteit.
  • In datzelfde jaar had gemiddeld iets meer dan de helft van de gedetineerden in een penitentiaire inrichting (56%) de Belgische nationaliteit. De volgende plaatsen worden ingenomen door Marokko (9,6%), Algerije (4,8%) en Roemenië (3,2%).
  • Er werd één ontsnapping uit een gesloten inrichting vastgesteld. Vijftien gedetineerden ontsnapten uit een open inrichting. Voorts waren er vier ontsnappingen buiten de perimeter van de inrichting, bijvoorbeeld tijdens uithalingen of vanuit een ziekenhuiskamer.
  • Het Gevangeniswezen stelt 9901 mensen te werk, goed voor 8.528,71 voltijdse equivalenten.

foto4 © BI

foto5 © BI