PORTRET TERRE BLEUE

DE VIERDE GENERATIE KOMT IN DE MODE

ZES JAAR WERKT PETER PERQUY

samen met zijn vader Dirk Perquy bij de modeketen Terre Bleue. De fakkeloverdracht volgt binnen enkele jaren, Peter voelt de CEO-ambitie. “Met wat geluk wordt dit bedrijf ook voor mijn kinderen een opportuniteit.” ROEL VAN ESPEN

Terre Bleue bestaat sinds 2002 en is het kledingmerk van Duror-Two Faces. De geschiedenis van het familiebedrijf gaat terug tot in 1938: Maurice Perquy, zijn vrouw en zijn broer Jozef startten toen een groothandel in textielproducten.

Begin jaren zestig werd het assortiment uitgebreid met kleding, een verdienste van de volgende generatie. Nadat de huidige CEO Dirk Perquy in 1981 zijn intrede had gedaan, vormde hij de groothandel om tot een modebedrijf. Ook een eigen winkelketen aan het begin van het millennium was zijn werk. Vandaag telt Terre Bleue veertien winkels, verspreid over Vlaanderen.

Ook de echtgenote van Dirk Perquy, Bernadette Surmont, staat in voor de operationele leiding van het familiebedrijf. Zij waakt over de productontwikkeling en zit in het directiecomité.

Zes jaar geleden stapte ook de oudste zoon Peter aan boord. Na zijn studies toegepaste economie en marketing deed hij zijn eerste ervaring op als consultant in de IT-sector. Na een traineeship bij Fortis verzeilde Peter in het durfkapitaal. “Dit opleidingsprogramma leerde me enorm veel over financiën en gaf me een duidelijker kijk op de werking van grote organisaties”, vindt Peter Perquy. “Maar toen kwam de financiële crisis. Na tweeënhalf jaar moest ik uitkijken naar een nieuwe job.”

IDEALE LEERSCHOOL

Peter Perquy, Bernadette Surmont en Dirk Perquy

Het familiebedrijf wenkte. Eigenlijk wou Peter al langer in het bedrijf stappen. Maar Dirk Perquy vond de tijd niet rijp. Tot hij op zoek moest naar een productmanager voor de nieuwe herenafdeling. Dankzij de steun van de externe bestuurders kon Peter zijn vader overtuigen. “Hij koos heel bewust voor mijn start in een nieuwe, kleinere afdeling”, zegt Peter. “Al goed, want het bleek de ideale leerschool voor mij.” Na die enkele jaren ervaring behaalde hij nog een bijkomende MBA. Vandaag is de jonge dertiger commercieel directeur van Terre Bleue en zit hij in het directiecomité. Vader, moeder en zoon werken naast elkaar in Nazareth, op de hoofdzetel van het familiebedrijf. Dirk wordt weldra zestig, en zoon Peter wil de fakkel van vader overnemen. Dat liet hij verstaan tijdens Trends Family Academy eind november.

“CEO worden is mijn ambitie. In het begin keek iedereen op mijn vingers, als ‘zoon van’. Dat is nu verdwenen. Denk ik toch. Wellicht heb ik voldoende emotionele intelligentie om dat aan te voelen. Mijn grote uitdaging blijft de samenwerking van de mensen die het bedrijf uitbouwden samen met mijn vader, en de nieuwkomers.”

Peter Perquy gaat alvast één ding helemaal anders doen dan zijn vader. “Mijn echtgenote zal niet mee in de zaak werken. In de weekends werd tijdens mijn jeugd te veel over het bedrijf gesproken.” “Maar vooraleer ik een stap terugzet, moeten nog een aantal zaken worden uitgeklaard”, sputtert vader tegen. Want Dirk heeft nog twee zonen. De 31-jarige Steven woont elke raad van bestuur bij, waar hij volgens zijn vader een mooie bijdrage levert. David volgt een opleiding chirurgie en wil een carrière buiten de onderneming opbouwen. Nochtans ziet Dirk in hem een perfecte manager.

EIGEN MIDDELEN VERSUS EXTERN KAPITAAL

De groei van Terre Bleue werd gefinancierd met eigen middelen, en ook de verdere uitbouw vergt voorlopig geen extern kapitaal. “We moeten echter rekening houden met onze langetermijndoelstellingen”, zegt Peter Perquy. “Groeien om te groeien hoort daar niet bij. Groei is een middel waarmee we ons hoofddoel bereiken: op lange termijn een gezond bedrijf uitbouwen dat met wat geluk ook voor mijn kinderen een opportuniteit wordt. Maar onze wereld verandert snel. Onze uitdagingen zijn de juiste analyse van de trends, de eventuele verschuiving van ons distributiekanaal, tot de ideale schaalgrootte voor ons bedrijf. Als we ooit moeten kiezen tussen een meer solide marktpositie of het vasthouden aan louter familiaal kapitaal, dan denk ik dat we voor de eerste optie gaan. De bedrijfsgroei moet er voornamelijk voor zorgen dat onze schaal in de geglobaliseerde economie levensvatbaar blijft. Extern kapitaal kan dan op termijn eventueel noodzakelijk zijn.”

NIETS NIEUWS

Terwijl heel wat familiebedrijven voorwaarden voor familieleden vastleggen is er bij Terre Bleue voorlopig geen sprake van een familiaal charter. “Samen met mijn vrouw heb ik alle aandelen”, zegt de vader. “Een familiecharter is volgens mij pas aan de orde wanneer meerdere familieleden eigenaar worden van het bedrijf. Bij de overdracht naar de vierde generatie moeten we daar wellicht werk van maken.”

Toch zette Terre Bleue zijn kernwaarden al netjes op papier. “We willen de doelstellingen en de waarden van de vorige generaties bewaren. Het gaat om algemene zaken: eerlijkheid, respect, vertrouwen en verantwoordelijkheid. Niets nieuws, maar dat is een bewuste keuze omdat ze essentieel zijn voor ons familiebedrijf. Onze differentiatie ligt eerder in strategische keuzes.” Dirk wijst op bijkomende troeven van het familiebedrijf. “Onze focus richt zich op de lange termijn. Bovendien is de familiale sfeer een pluspunt. Mensen ontplooien zich graag in een kader dat hen vertrouwen geeft.” Heeft een familiebedrijf geen negatieve eigenschappen? Volgens Dirk niet. “Ons grootste risico is dat we te kort met onze neus op het dagelijks beheer zitten. Maar dat vangen we op met twee onafhankelijke bestuurders in de raad van bestuur. Hun competenties verruimen onze visie.”

Terre Bleue

“ONS GROOTSTE RISICO IS DAT WE TE KORT MET ONZE NEUS OP HET DAGELIJKS BEHEER ZITTEN”

DIVIDENDEN KOMEN UIT DE BUIK

Dirk Perquy en zijn echtgenote Bernadette Surmont controleren Terre Bleue voor 100 procent. De dividendenuitkering gebeurt “vanuit de buik. We bepalen welke middelen moeten aangehouden worden in de onderneming”, duidt Dirk Perquy. “In het kader van een mogelijke overdracht en waardering zullen we dat op termijn wel wat professioneler moeten aanpakken. We moeten wellicht een en ander objectiveren, zodat we kritische vragen van eventuele overnemers of andere familieleden vermijden. Maar laten we duidelijk zijn: we willen billijk zijn voor zowel onze kinderen, als voor eventuele overnemers.”